22-07-04

Het meisje in het rood – Bart Plouvier

Het vrouwenfiguurtje
Jana was gisteravond, heel laat nog, opgestapt. Eén week zouden ze het zonder elkaar proberen. Nadenken, de balans opmaken. Eén week, peanuts natuurlijk, had Peter gedacht. Maar hij had het in zijn omgeving vaak zien gebeuren: één week werden er twee, twee een maand... iemand ontmoet iemand anders. Hij had, na Jana's vertrek, lang met Ilse, een jeugdvriendin op wie hij erg gesteld was, gebeld. Hij had op een bijna gênante manier bij haar om troost gebedeld, gehoopt op Ilse's 'het komt allemaal wel weer goed'. Hij had het niet te horen gekregen, niet op díe manier waar hij naar hengelde. Ilse had tenslotte de hoorn neergelegd omdat ze al een half uur het signaal 'tweede oproep' binnenkreeg. Of had ze een excuus gezocht om van Peters geweeklaag af te komen? 'Ik ga morgen naar zee, beetje trammen langs de kust', kon hij nog net zeggen. Hij was niet helemaal zeker of Ilse dat nog gehoord had... De volgende ochtend belde hij zijn werkgever, meldde zich ziek, gooide wat hoognoodzakelijke spulletjes in een klein koffertje en reed naar De Panne. Achter de kustlijn hurkten de enorme boerderijen in de polders onder een bunkerkleurige hemel. De eerste kieviten waren gearriveerd en lieten zich krijsend tussen de koeien vallen. Peter hield van deze lucht, van de grijze stolp op le plat pays, van de noordenwind die alle doetjes de tearooms injaagt. Van de zee die - dat had hij in een gedicht gelezen - 'kan troosten als een moederhuid'. De meeuwen, het stuifzand dat zich parallel met de vloedlijn, naar overal en nergens haastte, de monotonie van de aanrollende golven, het kraken van schelpen onder zijn sportschoenen. De zee werkte rustgevend op hem in, bracht altijd soelaas, relativeerde in al haar wijdsheid de onaangename dingen des levens. Dat wist hij uit ervaring. Peter liep natuurreservaat 'De Westhoek' in en realiseerde zich dat hij al ruim een uur niet aan Jana had gedacht. Hoog boven hem vloog een kuifleeuwerik zich uit het zicht. Ze komt wel terug, Jana - Peter wist het ineens héél zeker. Hij klom op een duin. Ver weg, bij de vloedlijn stond een rood gekleed vrouwenfiguurtje dat hem vaag bekend voorkwam. 'Jammer, verrekijker vergeten', dacht Peter.
Huppelen
Het is maandag en vroeg op het seizoen. Strand en dijk zijn niet leeg, maar je hoeft er ook niet over de koppen te lopen. Ideaal, vindt Peter. De zon heeft de grijze lucht weggezogen en het blauw boven zee oogt breekbaar. Hij zoekt een terrasje op waar het uit de wind al aangenaam warm is. Peter voelt zich zowaar een beetje in feeststemming. Heel anders dan gisteravond. Misschien doet het alleen zijn hem meer deugd dan hij aan zichzelf - en gisteren ook aan Ilse - wil toegeven? Al is het nog vroeg op de dag, Peter bestelt een glas witte wijn. De dame in het rode pakje zou hij al lang vergeten zijn mocht ze niet plots weer binnen zijn gezichtsveld zijn opgedoken. Ze staat, ver weg, maar pal vóór hem, aan het eind van een loodlijn die van het terras naar het water loopt. Waarschijnlijk rolt de nu opkomende zee over haar voeten, denkt Peter. Ze raapt iets op. Het is moeilijk te zien, maar het lijkt alsof zij wél een verrekijker heeft. Tuurt ze richting dijk? Plots gaat ze als gek heen en weer hollen. Een eind naar links en weer terug, verrekijker in de aanslag, turen, een eind naar rechts en opnieuw naar haar startpunt. Raar mens, denkt Peter. Maar het kan nog gekker. Ze legt een tas of koffertje in het zand, gaat huppelen als een veulen en wisselt die bewegingen af door op de wijze van een Masaï danser, de voeten als samengebonden, op en neer te springen. Andere wandelaars, die zich dichter bij haar bevinden, blijven staan kijken.Met de rug naar de zee steekt ze drie keer haar arm op en zwaait richting dijk. Peter kijkt naar de mensen om hem heen. Niemand heeft haar in de gaten. En hij kent geen dames met donker haar die in een rood pakje, nog vóór de middag, zouden kunnen staan huppelen op het strand van De Panne. Al kan hij vanop het terras niet eens zien of ze mooi is: hij kan zijn ogen niet van haar afhouden. Wat er daar bij de waterlijn gebeurt intrigeert hem. Het idiote springen en zwaaien houdt op. Ze neemt haar tas en loopt rustig richting Koksijde. Telefoneert ze? Hij wil er meer van weten. Peter roept de kelner, sukkelt een beetje met de euromunten. Hij zet zich recht, trekt zijn jas aan en ziet dat ze verdwenen is.
Weer gemist
Peter holt naar de waterlijn. De rode spring-in-'t-veld is nergens meer te zien. De sporen van zware laarzen met geribde zolen, minstens maat 45, kunnen onmogelijk van haar zijn. Is ze opgelost in het water? Ten hemel gestegen? Peter is gedesillusioneerd. Dat ergert hem: verdorie, nú al, na één dag, één dag zonder Jana, gefascineerd worden door een wildvreemde in een rood pakje? En er dan nog achteraan hollen ook! Hij is kwaad op zichzelf. Er kan niet eens sprake zijn van liefde op het eerste gezicht want hij weet amper hoe ze eruitziet! Dat dit ook Jana zou kunnen overkomen, dàt zit hem dwars. Hij weet niet eens waar ze nu is! In een chic restaurant in gezelschap van een hoogst interessante man? Peter herhaalt, een beetje zorgelijk nu: je komt iemand anders tegen, raakt in haar of zijn ban.... uit het oog, uit het hart? Hij wandelt terug naar de dijk en bestelt in een restaurant een grote tong. Zijn opwinding zakt een beetje weg. Ach, ik moet niet altijd het ergste denken...dat Jana en ik van elkaar houden staat toch buiten kijf. Hoe we wederzijdse ergernissen kunnen wegwerken, hoe we prettiger kunnen samenleven, om daar oplossingen voor te zoeken, dààrom ben ik hier. En om elkaar te missen, denkt hij. Peter glimlacht. Hij geniet van het eten, van het glas wijn. Hij heeft ontzettend veel zin om Jana op haar mobieltje te bellen, om dit ogenblik van optimisme met haar te delen. Hij doet het niet. Te vroeg. Dat was de afspraak niet. Alvorens naar Koksijde te sporen loopt Peter nog even langs de oude huizen van architect Dumont en consorten. Hij is dol op de typische kust-stijl. Tot in Knokke weet hij ze staan, vindt hij ze terug, de protserige overlevenden uit de belle époque. Ze zijn een beetje als jij, had Jana ooit over de huizen gezegd: speels, degelijk, weelderig, mooi. Plagerig had ze eraan toegevoegd: en oud! Peter loopt naar de kiosk van De Lijn en koopt een driedagenpas. Er staat een tram vertrekkensklaar maar hij heeft geen zin om zich te haasten. Ook met de volgende komt hij er wel. De deuren sissen dicht en achter het glas ziet hij de vrouw in het klaprozenpak plaatsnemen bij de middendeur. Weer komt haar figuur hem bekend voor, weer kan hij haar gezicht niet zien.
Een telefoon gesprek
Ilse's mobieltje slaat aan en zingt 'Alle Menschen werden Brüder'. Ze twijfelt even, neemt dan toch op. Misschien is hij het wel. 'Met Ilse'. 'Hoi, met Jana'. 'Goh, wat een verrassing, dat is echt wel een poosje geleden! Alles goed met je?'. 'Ach, zozo...beetje problemen met de liefde. Niks onoverkomelijk. Tenminste, dat hoop ik. Ik probeerde je gisteravond al te bellen maar kreeg steeds weer de bezettoon'. 'Tja, moeders, je weet hoe dat gaat: doe niet dit en doe niet dat, vergeet niet zus en ga daar niet heen. Uren heeft ze me de les gelezen'. 'Ja, ken ik. Zeg, ben jij aan de kust? Het lijkt wel of ik de zee op de achtergrond hoor'. 'Nee, was dat maar zo. Ik heb middagpauze en loop door de stad'. 'Ilse, jij kent Peter zo goed, al zo lang ook...'.Jana stort haar hart uit. Peter is een lieve man, ze houden echt wel van elkaar, hebben veel gemeenschappelijke interesses en vrienden, in bed gaat alles prima. Maar om samen te leven is er méér nodig. Taken en verantwoordelijkheden dienen verdeeld, ergernissen vermeden. Ieder moet een beetje water bij zijn wijn doen. Peter heeft het daar moeilijk mee, wil meestal zijn zin doen, ontloopt verantwoordelijkheden. Goed, zij heeft ook fouten, ze ergert zich aan onbenulligheden, lijdt een beetje aan schoonmaakwoede, wil altijd alles plannen, houdt niet van onverwachte invallen.Ilse laat Jana uitpraten, onderbreekt haar niet één keer. 'Ja, Jana, wat wil je dat ik daarop zeg? Peter is inderdaad een hele lieve, én een hele mooie jongen. Heel charmant. Maar dat het moeilijk met hem samenleven is kan ik me wel voorstellen. Zoals je zelf zei: ik ken hem al lang. En ik weet dat verantwoordelijkheden nemen niet bepaald zijn sterke kant is. Vaak is hij gewoon een groot kind. Een kind dat zijn zinnetje wil. Een egoïstje. Niet dat hij iets kwaads in de zin heeft, helemaal niet. Hij is gewoon zo. Peter zal bij je blijven zolang hij het leuk vindt. Jíj zal veel water in je wijn moeten doen, maar van hem hoef je niet veel meer dan een scheutje te verwachten. Het blijft wel tussen ons hé, wat ik je nu allemaal vertel. Hou het gewoon in je achterhoofd, toets het aan de werkelijkheid. En trouwens...ben je wel zeker van zijn onvoorwaardelijke trouw?'.
Het ruitjesschrift
Peter spoort richting Knokke. Naast hem kwebbelt een groepje Nederlanders. Ze vinden de kusttram blijkbaar ruim zo leuk als een kermisattractie. Telkens de wagon wat heen en weer wiebelt gaan ze joelen als een stel kinderen. Vermits Peter zich voor niemand hoeft te haasten, er niemand op hem wacht, stapt hij in Koksijde al weer uit. Hij wandelt een beetje doelloos door het plaatsje. Alhoewel, doelloos? Hij betrapt zich erop dat hij voortdurend uitkijkt naar de rode dame. Dit moest nochtans een soort retraite worden! Peter was van plan zich een pak goeie voornemens te maken, ze misschien zelfs op papier te zetten. Wéér is hij boos op zichzelf. Hij zet er de pas in en loopt resoluut richting duinen.Hij wil de 'Blekker' op, de hoogste duin langs onze kust. Peter herinnert zich de tijd dat hij hier als kind kwam met zijn ouders. Bij 'hoogste duin' had hij zich een enorme, nauwelijks te beklimmen berg voorgesteld en dat was destijds wel een beetje tegengevallen. Nu weet hij wat hij mag verwachten. Hij zet zich in het al lichtjes opgewarmde zand, met zijn rug tegen een berk. Uit zijn koffertje haalt hij een ruitjesschrift en een pen. Hij wil een soort dagboek bijhouden. Niet van faits divers, van waar hij wat gegeten en gedronken heeft. Nee, hij wil een paar keer per dag zijn gevoelens en ideeën vorm geven, ze in woorden, in zinnen omzetten, dwingen. Wanneer hij binnen enkele dagen Jana terugziet kunnen die aantekeningen hem misschien helpen.Hij schrijft, een beetje plechtig, datum en plaats op pagina één. En dan, traag, de gedachte die zóveel keer per dag bij hem opkomt: 'Ik hou van Jana'. Meteen zit Peter strop. Wat betekent 'houden van?'. Woorden die zo makkelijk worden uitgesproken, die kunstenaars, liedjesschrijvers en filosofen inspireren. 'Ik mis Jana', schrijft Peter. Maar hij beseft meteen dat 'iemand missen' geen definitie is van de liefde. Het is veeleer een gevolg. Hij probeert het met meer associaties: offervaardigheid, geven zonder iets terug te verlangen, seksuele aantrekkingskracht, bezorgdheid, vertedering, begrip, kameraadschap. Hij komt er niet uit. Het geheel is méér dan de som van de onderdelen. Dan slaat zijn mobieltje aan. 'Hallo, Peter? Met Ilse'. De definitie'Hey, Ilse. Hoe weet jij dat ik hier ben?'. 'Hoezo...wat bedoel je?'. 'Grapje! Een eigenlijk al lang afgezaagde mop over mobiele telefoons'. 'Zo, je maakt alweer grapjes, dan moet het je een stuk beter gaan dan gisteravond toen je me belde'. 'Ja, de eerste paniek is weggeëbd. Misschien wel letterlijk, ik zit aan de kust, op de 'Hoge Blekker', en het tij neemt af. Het weer is prima. Straks ga ik in Oostduinkerke nog een keer naar het visserijmuseum. Dan naar Nieuwpoort om een beetje te wandelen en misschien neem ik daar wel een hotel'. 'Lijkt meer op een leuke vakantie dan op een bezinningsperiode'. 'Tja...laten we zeggen dat ik de twee combineer. Mijn stemming wisselt nogal. Ik ben vandaag al héél kwaad en héél vrolijk geweest, moedeloos en hoopvol. Ik was trouwens net aan een soort dagboekje begonnen'. 'Kom, vertel op!'. 'Je belt iets te vroeg. Ik was hard aan het proberen om het begrip 'liefde' te definiëren maar meer dan wat stuntelige zinnetjes heb ik nog niet op papier gekregen'.'Zó moeilijk kan dat toch niet zijn! Je weet toch wat je voor Jana voelt'. 'Zeker, liefde. Maar wat ís dat dan? Hoe formuleer ik een definitie? Wat ik ook opschrijf of bedenk, ik blijf rond de pot draaien'.'Probeer het eens omgekeerd'.'Hoe bedoel je?'. 'Wat voelt Jana voor jou? Waaraan merk je dat ze van je houdt?In welke woorden en daden vertaalt zich dat?'. Omdat Jana en Peter de laatste tijd zoveel kibbelden, moet hij even nadenken. 'Ze is bezorgd om mij'. 'Dat is je moeder ook'. 'Euh...ze vindt mij een heel appetijtelijke man'.'Oh, maar ik ken meer vrouwen dan jij denkt die dat ook vinden'. 'Ik kan mezelf zijn bij haar'.'Ja? Waarom zit je dan op je eentje aan de kust? Gisteren vertelde je dingen die haaks staan op wat ik nu hoor. Je móést zoveel verantwoordelijkheden nemen. Ze hield geen rekening met je jongensachtig karakter. Je soms gekke invallen werden alles behalve geapprecieerd, enz,...'. Misschien heb ik het allemaal wel een beetje scherp gesteld. Ik was ook behoorlijk over mijn toeren'.'Of misschien had je gelijk. Als je het zo moeilijk hebt om een definitie van de liefde te vinden, dan bestaat ze misschien wel niet. Tenminste: niet tussen jullie. En heb je je wel eens afgevraagd of Jana je trouw is? Dat hoort er ook bij...'.
Trouw?
Peter gaat inderdaad naar het visserijmuseum maar zijn gedachten zijn elders. De brieven van nooit weergekeerde vissers, de schilderijen, de oude foto's, de dingen die hem hier anders zo weten te fascineren...het gaat vandaag allemaal een beetje aan hem voorbij. Ilse's woorden echoën door zijn hoofd. Zien Jana en hij elkaar echt wel zo graag? 'Ik hou van je' wordt, zeker op een teder of intiem moment, zo makkelijk uitgesproken, neergeschreven ook. Maar als hij niet eens voor zichzelf kan verklaren wat hij daar dan éígenlijk mee bedoelt! Wat is dan de waarde van zo'n uitlating? Wordt het niet al te vaak uit gewoonte gezegd? Omdat de ander het verwacht? Verdomd, Ilse zal het allemaal wel goed bedoelen, maar ze brengt hem alleen maar in de war!In Nieuwpoort neemt hij een ander hotel dan het gezellige, verbouwde klooster waar hij een keer of twee met Jana logeerde. Peter neemt zijn discman uit zijn koffertje, stopt er een vioolsonate van Bach in en gaat op bed liggen. Dit soort muziek brengt hem gewoonlijk tot rust. Vandaag werkt het trucje niet. Trouw! Natuurlijk is Jana trouw. Waarom trekt Ilse dat in twijfel? Daar heeft de wrevel die in hun relatie sloop toch helemaal niks mee te maken. En zijn belangstelling voor een onbekende vrouw in een rood pakje kan je, bij nader inzien, toch moeilijk ontrouw noemen! Weet Ilse misschien meer van Jana dan hij? De twee vrouwen hebben wel eens telefonisch contact, maar niet echt vaak. Het zijn zeker geen hartsvriendinnen en het zou Peter verwonderen indien Jana Ilse zou uitkiezen om haar allerlei ontboezemingen toe te vertrouwen. Híj belt Ilse af en toe. Net als gisteren trouwens. Ze kennen elkaar al zo lang...er is tussen hen ook helemaal geen sprake van een seksueel spanningsveld. En dat vindt Peter nu net zo lekker praten. Misschien, toen ze nog erg jong waren, is er even een vonk overgesprongen. Misschien. Maar dat is zo lang geleden dat hij het niet meer zeker weet.Hij merkt nu dat hij de muziek niet hoort maar ondergaat. Peter frist zich even op en loopt richting vismijn. Hij wil een schotel zeevruchten. Bij de kade, met haar rug naar de restaurants, staat het meisje in het rood. 'Wie achtervolgt hier wie?', denkt Peter.
SMS
Even wil hij, lichtjes geërgerd, op haar toestappen. Maar Peter bedenkt zich. Wat moet hij zeggen... 'Waar heb ik u nog gezien' of 'U komt me bekend voor'? Dat lijken wel ordinaire versiertrucs. Hij loopt door. In het restaurant zet hij zich met zijn rug naar de kade. Het enge gevoel dat iemand een spelletje met hem speelt bekruipt hem. Die rare babbels van Ilse, dat rood mens... De berg zeevruchten leidt hem af, troost hem: oesters, kokkels, kreukeltjes, krabben, kreeft. Peter heeft er een fles chablis bij besteld. Weer bekruipt hem de lust Jana te bellen. Hij wil haar vertellen dat hij haar verschrikkelijk mist. Misschien - ze is, net als hij, dol op zee en strand - zit ze een paar badplaatsen verder óók achter een schotel zeevruchten! Stel je voor, mét een fles chablis! Eén goed gesprek tussen hen beiden zou zinvoller kunnen zijn dan deze zelfgekozen afzondering. Of misschien hoeven ze niet eens te praten. Een blik, een knuffel, een stevige vrijpartij... niet alles kan en moet onder woorden worden gebracht. Integendeel, woorden schieten vaak te kort, woorden kunnen geïnterpreteerd worden, kunnen verwarring zaaien, kunnen gevoelens verdraaien, verstikken. Hij weet bijna zeker dat één blik van Jana, het door Ilse opgeroepen wantrouwen zou doen vervliegen. Peter bestelt koffie en Grand Marnier. Hij moet zich bedwingen om zich niet om te draaien en naar buiten te kijken. Zou de geheimzinnige rode dame nog steeds langs de kade paraderen? De drank maakt hem een beetje overmoedig. Hij betaalt de rekening en neemt zich voor om, als ze er nog is, haar aan te spreken. Net wanneer hij zich wil rechtzetten komt er een SMS'je binnen: "Zittende in een tram, even mezelf ontsnapt, voel ik soms broederschap. Warmte trekt door mij heen. Haastig zet ik mij schrap". Het berichtje komt van Ilse, Peter herkent het telefoonnummer en antwoordt: "Verdomme Ilse, wat heeft dit allemaal te betekenen?".Er komt geen tegenbericht meer. Hij haast zich naar buiten. In de verte, in de richting van Oostende, rijdt een tram. Waarschijnlijk de laatste die dag. Peter loopt naar zijn hotel, bestelt een fles mineraalwater, legt zich op bed en tikt Ilse's telefoonnummer in.
Gesuggereerd
"Hoi, Ilse. Wat is dat voor een geheimzinnige boodschap?". "Hallo Peter! Niks geheimzinnig. Het is een stukje uit een gedicht dat ik vanmiddag toevallig onder ogen kreeg. Beetje toepasselijk, dacht ik? Ik hoopte vaag dat het je zou bereiken terwijl je op de kusttram zat. Vond je het niet mooi?". "Euh...jawel, ik ben het alleen niet gewend, dat soort berichtjes". "Jana SMS't je waarschijnlijk alleen boodschappenlijstjes en dingen die je in geen geval vergeten mag". "Als dat nodig is: ja. Maar er volgt altijd wel iets liefs achteraan zo'n lijstje". "Ik hou van je, waarschijnlijk?". "Is daar dan wat mis mee?". "Daar hebben we het al over gehad". "Of, liefs, of kussen...". "Ja, ja, nóg makkelijker".Peter blijft Ilse's toon, zachtjes uitgedrukt, raar vinden. Zo anders, zo bitsig, zo weinig troostend of sussend. Zo onverdraagzaam tegenover Jana. "Zeg, en waarom trek jij Jana's trouw in twijfel?". "Oh, wij vrouwen praten wel eens en dan gaat het er meestal véél vertrouwelijker aan toe dan wanneer mannen, ook al zijn het goeie vrienden, een babbel voeren". "Onzin Ilse, dat is echt een idioot cliché. Ik ben het echt niet gewend om zo'n dingen van je te horen. Enfin, dus Jana vertelt jou dat ze...". "Ik heb niks gezegd, Peter, hooguit, laten we het houden bij: gesuggereerd. Verder kan ik niet gaan. Al overweeg ik het, uit naam van onze oude vriendschap - oude liefde misschien zelfs? - af en toe wel eens. Je verdient beter dan wat je krijgt. Of moet ik 'kreeg' zeggen". "Je maakt het me knap lastig Ilse. Heb je Jana onlangs gesproken?". "Ja, vandaag nog. Ze heeft geen al te hoge dunk meer van je, jongen. Ze kent je vrij goed, dat moet ik haar nageven, maar wie zo makkelijk met 'ik hou van je' zwaait zou jouw minder leuke - en zelfs slechte - kantjes er met een brede glimlach moeten bijnemen. Jij zit te hopen en te plannen, jij doet, via een soort dagboek nog aan zelfonderzoek...dat moet je van haar écht niet meer verwachten hoor. En klopt het dat jij, zoals Jana zegt, niet zomaar aan de kust zit maar iets hebt met een of andere, meestal in het rood geklede juffrouw?".
Niet te geloven
Peter heeft nauwelijks een oog dichtgedaan, raakte niet verder dan een halfslaap. Zijn gedachtenmolen blééf de hele nacht draaien. Wat had dit toch allemaal te betekenen? Wilde Ilse hem alleeen maar, als vriendin, iets duidelijk maken? Daar leek het op, maar toch had hij het onaangename gevoel gemanipuleerd te worden. Er waren dingen aan het gebeuren waar hij vat noch zicht op had. Een paar koppen koffie en een stevig ontbijt veranderden weinig aan zijn gemoedstoestand. Zijn gedachten draaiden rondjes. Hij heeft dringend afleiding nodig, anders gaat hij dingen doen die hij eigenlijk niet wil: Jana bellen, Ilse uitkafferen, zich een stuk in zijn kraag drinken.Hij spoort naar Westende en maakt er een strandwandeling. In Mariakerke vertoeft hij even bij het graf van een van zijn lievelingsschilders: James Ensor. In Oostende drinkt hij zo'n ouderwetse, lekkere maar onpraktische filter in het 'Hotel du Parc' en gaat naar Ensors etsen kijken in het museum. In Bredene ploetert hij een tijdje door de duinen, in De Haan eet hij een overheerlijk visstoofpotje. Het helpt allemaal wel een beetje, maar toch...de twee vrouwen blijven door zijn hoofd spoken. Hij ziet ze zwemmen in de toch nog koude zee, ze springen tevoorschijn van achter zerken, verkopen kaartjes in het museum en in de keuken van het restaurant staat een kokin in een rood pak! Van in De Haan stapt hij langs het strand, via Wenduine naar Blankenberge, de badplaats waar hij, zowel als Jana, lang voor ze elkaar kenden, als kinderen veel vakanties doorbrachten. En dan, in Knokke, ziet hij het meisje in het rood. Peter weet wel heel zeker dat het deze keer geen zinsbegoocheling is. Ze loopt een heel eind voor hem uit over de dijk. Hij begint te hollen en zij stapt een café binnen. Wanneer Peter in de gelagzaal arriveert is ze alweer niet meer te zien. Er is maar één mogelijkheid denkt hij: de damestoiletten. Hij bestelt een glas wijn en zet zich aan een tafeltje vanwaar uit hij de deur in het oog kan houden. Na meer dan een kwartier komt ze tevoorschijn. Peter gelooft zijn ogen niet. In kleren die hij haar nooit heeft zien dragen, zwaar gemaquilleerd en het haar donker geverfd: Ilse.
Een obsessie
Uren later, zittend aan een terrastafel met zicht op zee, kan Peter er nog steeds niet helemaal bij dat Ilse die vreemde pantomime heeft opgevoerd. Wat hij nu wél weet is dat ze al jaren, sinds ze elkaar in hun puberteit leerde kennen, op hem verliefd is. Sterker nog: van hem houdt. Ze zou, zo beweert ze, de dame in het rood gecreëerd hebben, opdat Peter zou zien dat andere vrouwen dan Jana hem konden boeien, op zijn minst zijn nieuwsgierigheid prikkelen. Hij vindt het allemaal behoorlijk omslachtig en onzinnig. Een volwassen gesprek had toch veel kunnen oplossen? Dat had ze dan weer niet aangedurfd, ze had een gelegenheid als deze afgewacht. Ze had die eerste avond nog wél gehoord dat hij naar de kust ging. De volgende ochtend zat ze op de eerste trein naar De Panne. Het gesprek op het terras is grotendeels een monoloog van Ilse."Peter je moet me vergeven als ik me idioot heb aangesteld, gemeen geweest ben zelfs. Ook tegenover Jana. Ik heb lang geprobeerd om me bij de situatie neer te leggen. Jij was gelukkig met Jana en je had meer dan waarschijnlijk niet eens in de gaten hoe ik me voelde. Maar de liefde leidt je niet in banen en ik werd stilaan wanhopig. Ik kon alleen maar aan jou denken. Soms hele dagen lang. Als ik wel eens met iemand uitging, naar bed ging zelfs, dan kreeg die man onvermijdelijk jouw trekken. Heb je het nooit gek gevonden dat ik zo lang single bleef? Ik heb me vaak genoeg gerealiseerd dat ik mijn eigen leven vergalde door dat stomme wachten, wachten, wachten. En op wat, op wie? Op een man die ik niet eens durfde vertellen wat ik voor hem voelde, die het geluk gevonden had bij een ander. Soms probeerde ik me kwaad te maken op jou: dat je een egoïst was, te veel met jezelf bezig om te merken wat iemand voor je voelde. Maar ik wist maar al te goed dat ik je eigenlijk niks kwalijk kon nemen. Als ik je hoorde of zag bleef ik de rol van 'goeie vriendin' spelen. Nog liever de onzekerheid en het hopeloos verlangen dan de kans te lopen om voorgoed afgewezen te worden door de man van mijn leven". Ilse zucht even en wil opnieuw van wal steken. " En... Peter krijgt de kans om haar alleenspraak af te breken: "Ilse, volgens mij ben ik niet jouw grote liefde maar jouw grote obsessie”.
Stommerikken
Peter heeft het er erg moeilijk mee om een goeie vriendin van het ene ogenblik op het andere te zien veranderen in iemand die hem al jaren in stilte bemint. En dan nog die dwaze outfit er bovenop! Ilse heeft het praten gestaakt. Ze lijkt opgelucht nu ze het er allemaal heeft uitgeflapt. Ze is ook helemaal niet boos geworden wanneer Peter haar liefde een obsessie noemde. Geen van beide weet zich een houding te geven en het blijft lang stil aan hun tafeltje. Twee heel verschillende illusies hebben opgehouden te bestaan. "Het wordt laat en fris en ik heb honger", zegt Peter tenslotte. Ze bellen een taxi en rijden naar Zeebrugge waar ze bij de oude vismijn een restaurantje binnenstappen.Peter kiest voor mosselsoep en kabeljauw. Ilse heeft geen trek. "Misschien", zegt hij, "ben ik je excuus. Misschien ben je wel bang van een diepgravende, alles verterende liefde. En roep je, telkens een kandidaat opduikt mij, je Grote Liefde, als een geest uit een fles tevoorschijn. Dan hou je jezelf voor dat je míj trouw moet zijn. Ik ben een hele goeie reden opdat je jezelf niet zou hoeven te engageren". Ilse kijkt beduusd, alsof ze een enorme klap tegen het hoofd gekregen heeft. Ze drinkt haar glas wijn in één adem leeg en zegt: "Sorry, ik moet even bellen", ze zet zich recht en loopt naar buiten. Peter ziet haar een nummer intikken. Dan wordt zijn aandacht afgeleid door de heerlijk geurende soep die onder zijn neus wordt gezet. Na een kwartier is Ilse nog niet terug. Hij gaat buiten kijken. Geen Ilse te zien. Hij belt. Geen antwoord. Is hij te brutaal geweest? Heeft hij haar gekwetst? Net wanneer de kelner hem, mét de rekening, een tweede cognacje brengt vliegt de deur open. Jana! Haar ogen dwalen langs alle tafeltjes, vinden hem. Gelukkig zitten er niet al te veel klanten meer in de zaak. Midden in de gelagzaal knijpen ze elkaar zowat middendoor en aan hun tongzoen lijkt geen einde te komen. "Hoe....". "Ilse heeft me gebeld en zei dat je hier zat te eten. Ze had het over excuses maken en zo, maar, sorry, ik heb haar niet laten uitpraten. Sinds gisteren ben ik in Knokke. Ik miste je nu al". "Ik ook". "Stommeriken zijn we, dwaas". "Ja, stommeriken".

22:03 Gepost door Ann | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.